Aanstaande ongehuwde ouders opgelet: heeft u al gehoord over de initiatief ontwerplandsverordening die via wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek beoogt te regelen dat bij erkenning van een minderjarig kind automatisch gezamenlijk gezag over dat kind ontstaat?
Voor Nederland en Aruba is dit al geregeld in de respectieve Burgerlijke Wetboeken, maar voor Curaçao en Sint Maarten geldt dat nog niet. Er bestaan binnen het Koninkrijk namelijk nog altijd opmerkelijke verschillen in de wijze waarop het gezag over een erkend kind wordt toegekend. Op Curaçao verkrijgt een ongehuwde vader die zijn kind erkent thans niet van rechtswege het gezag over dat kind. Een moeder kan haar kind op grond van de huidige wetgeving een juridische vader gunnen, zonder dat zij daarmee direct ook haar zeggenschap (gezag) hoeft te delen of dit onderwerp ter sprake hoeft te brengen. Ouders die met elkaar getrouwd zijn daarentegen oefenen van rechtswege het gezag over hun kind gezamenlijk uit.
Dit onderscheid lijkt niet langer aan te sluiten bij de maatschappelijke realiteit, waarin steeds meer mensen bewust kiezen voor samenwonen en het krijgen van kinderen zónder in het huwelijksbootje te stappen. Uit de wet kan worden afgeleid dat de wetgever het in beginsel in het belang van het kind acht dat beide juridische ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Dit uitgangspunt komt tevens tot uitdrukking in de mogelijkheid voor de niet met het gezag belaste vader om de rechter te verzoeken hem, al dan niet gezamenlijk met de moeder, met het gezag te belasten. Een dergelijk verzoek wordt in de praktijk slechts door de rechter afgewezen indien dit in het belang van het kind noodzakelijk is.
Tegen deze achtergrond sluit de huidige situatie, waarin gehuwde ouders van rechtswege gezamenlijk gezag verkrijgen en ongehuwde ouders niet, onvoldoende aan bij de doelstellingen van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), waaraan Curaçao gebonden is. Doordat ongehuwde partners er niet van op de hoogte zijn dat het gezag afzonderlijk van de erkenning moet worden geregeld, laten veel ouders na om na de erkenning bij Kranshi met gierende banden door te rijden naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie aan de Emancipatieboulevard om de vereiste aantekening in het gezagsregister te laten maken.
In de praktijk blijkt bovendien niet zelden pas bij een relatiebreuk dat de erkenner niet met het gezag is belast. Aangrijpend is de situatie waarin een vader zich ten einde raad tot mij wendt, omdat de moeder het kind naar het buitenland heeft overgebracht en hij in de veronderstelling verkeert dat sprake is van internationale kinderontvoering. In dergelijke gevallen moet ik hem meedelen dat daarvan juridisch geen sprake is, nu hij niet met het gezag over het kind is belast. Bij gezamenlijk gezag is het immers niet toegestaan een kind zonder toestemming van de andere met het gezag belaste ouder, dan wel zonder vervangende toestemming van de rechter, over te brengen naar een andere verblijfplaats.
De huidige regelgeving over gezag leidt voor ongehuwde ouders vaak tot rechtszaken die doorgaans veel tijd in beslag nemen, conflicten verder doen escaleren en de onderlinge verhoudingen op scherp zetten. Conflicten tussen ouders zijn natuurlijk ook schadelijk voor kinderen, die daardoor bijvoorbeeld in een loyaliteitsconflict kunnen belanden. Bovendien kunnen de kosten van een gerechtelijke procedure aanzienlijk oplopen. Dit kan – zoals ook in het initiatiefontwerp wordt opgemerkt – voor vaders een drempel vormen om hun recht (te weten: het verkrijgen van gezag) via de rechter geldend te maken indien de moeder haar medewerking weigert. Het risico bestaat daarmee dat het belang van het kind ondergeschikt raakt aan financiële overwegingen.
Doordat het gezag door middel van de voorgestelde wijziging al gelijk bij de erkenning wordt geregeld in plaats van – zoals nu vaak gebeurt – op het moment dat de ouders uit elkaar gaan, wordt na de wetswijziging een mogelijke aanleiding voor escalatie van het conflict tussen beide ouders hopelijk weggenomen.
De wetswijziging bepaalt dat een ongehuwde vader die het ongeboren kind erkent, straks samen met de moeder vanaf de geboorte gezamenlijk gezag over het kind uitoefent. Als de erkenning ná de geboorte plaatsvindt, heeft de moeder tot dat moment het gezag alleen; vanaf de erkenning delen beide ouders het gezag.
Op de hoofdregel van automatisch gezamenlijk gezag bij erkenning zijn enkele uitzonderingen geformuleerd. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer de moeder en/of de man die het kind wil erkennen gezamenlijk gezag niet wenselijk vinden, of wanneer de erkenning met vervangende toestemming van de rechter tot stand komt. De voorgestelde wetswijziging maakt het mogelijk dat in zulke gevallen geen gezamenlijk gezag van rechtswege ontstaat en dat de moeder het eenhoofdig gezag behoudt.
Stelt u zich toch eens voor dat we anders straks met een generatie kinderen zonder juridische vader zitten. Waar nu nog een moeder actief het gezag moet toestaan, wordt dat straks – als de wetswijziging wordt aangenomen – bijna vanzelf geregeld: gezag komt standaard bij de erkenner, tenzij iemand actief aangeeft van het gezag af te zien. Kortom: van opt-in naar opt-out.
Voor Nederland en Aruba is dit al geregeld in de respectieve Burgerlijke Wetboeken, maar voor Curaçao en Sint Maarten geldt dat nog niet. Er bestaan binnen het Koninkrijk namelijk nog altijd opmerkelijke verschillen in de wijze waarop het gezag over een erkend kind wordt toegekend. Op Curaçao verkrijgt een ongehuwde vader die zijn kind erkent thans niet van rechtswege het gezag over dat kind. Een moeder kan haar kind op grond van de huidige wetgeving een juridische vader gunnen, zonder dat zij daarmee direct ook haar zeggenschap (gezag) hoeft te delen of dit onderwerp ter sprake hoeft te brengen. Ouders die met elkaar getrouwd zijn daarentegen oefenen van rechtswege het gezag over hun kind gezamenlijk uit.
Dit onderscheid lijkt niet langer aan te sluiten bij de maatschappelijke realiteit, waarin steeds meer mensen bewust kiezen voor samenwonen en het krijgen van kinderen zónder in het huwelijksbootje te stappen. Uit de wet kan worden afgeleid dat de wetgever het in beginsel in het belang van het kind acht dat beide juridische ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Dit uitgangspunt komt tevens tot uitdrukking in de mogelijkheid voor de niet met het gezag belaste vader om de rechter te verzoeken hem, al dan niet gezamenlijk met de moeder, met het gezag te belasten. Een dergelijk verzoek wordt in de praktijk slechts door de rechter afgewezen indien dit in het belang van het kind noodzakelijk is.
Tegen deze achtergrond sluit de huidige situatie, waarin gehuwde ouders van rechtswege gezamenlijk gezag verkrijgen en ongehuwde ouders niet, onvoldoende aan bij de doelstellingen van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), waaraan Curaçao gebonden is. Doordat ongehuwde partners er niet van op de hoogte zijn dat het gezag afzonderlijk van de erkenning moet worden geregeld, laten veel ouders na om na de erkenning bij Kranshi met gierende banden door te rijden naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie aan de Emancipatieboulevard om de vereiste aantekening in het gezagsregister te laten maken.
In de praktijk blijkt bovendien niet zelden pas bij een relatiebreuk dat de erkenner niet met het gezag is belast. Aangrijpend is de situatie waarin een vader zich ten einde raad tot mij wendt, omdat de moeder het kind naar het buitenland heeft overgebracht en hij in de veronderstelling verkeert dat sprake is van internationale kinderontvoering. In dergelijke gevallen moet ik hem meedelen dat daarvan juridisch geen sprake is, nu hij niet met het gezag over het kind is belast. Bij gezamenlijk gezag is het immers niet toegestaan een kind zonder toestemming van de andere met het gezag belaste ouder, dan wel zonder vervangende toestemming van de rechter, over te brengen naar een andere verblijfplaats.
De huidige regelgeving over gezag leidt voor ongehuwde ouders vaak tot rechtszaken die doorgaans veel tijd in beslag nemen, conflicten verder doen escaleren en de onderlinge verhoudingen op scherp zetten. Conflicten tussen ouders zijn natuurlijk ook schadelijk voor kinderen, die daardoor bijvoorbeeld in een loyaliteitsconflict kunnen belanden. Bovendien kunnen de kosten van een gerechtelijke procedure aanzienlijk oplopen. Dit kan – zoals ook in het initiatiefontwerp wordt opgemerkt – voor vaders een drempel vormen om hun recht (te weten: het verkrijgen van gezag) via de rechter geldend te maken indien de moeder haar medewerking weigert. Het risico bestaat daarmee dat het belang van het kind ondergeschikt raakt aan financiële overwegingen.
Doordat het gezag door middel van de voorgestelde wijziging al gelijk bij de erkenning wordt geregeld in plaats van – zoals nu vaak gebeurt – op het moment dat de ouders uit elkaar gaan, wordt na de wetswijziging een mogelijke aanleiding voor escalatie van het conflict tussen beide ouders hopelijk weggenomen.
De wetswijziging bepaalt dat een ongehuwde vader die het ongeboren kind erkent, straks samen met de moeder vanaf de geboorte gezamenlijk gezag over het kind uitoefent. Als de erkenning ná de geboorte plaatsvindt, heeft de moeder tot dat moment het gezag alleen; vanaf de erkenning delen beide ouders het gezag.
Op de hoofdregel van automatisch gezamenlijk gezag bij erkenning zijn enkele uitzonderingen geformuleerd. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer de moeder en/of de man die het kind wil erkennen gezamenlijk gezag niet wenselijk vinden, of wanneer de erkenning met vervangende toestemming van de rechter tot stand komt. De voorgestelde wetswijziging maakt het mogelijk dat in zulke gevallen geen gezamenlijk gezag van rechtswege ontstaat en dat de moeder het eenhoofdig gezag behoudt.
Stelt u zich toch eens voor dat we anders straks met een generatie kinderen zonder juridische vader zitten. Waar nu nog een moeder actief het gezag moet toestaan, wordt dat straks – als de wetswijziging wordt aangenomen – bijna vanzelf geregeld: gezag komt standaard bij de erkenner, tenzij iemand actief aangeeft van het gezag af te zien. Kortom: van opt-in naar opt-out.

