In deze laatste editie voor kerst sta ik stil bij een uitspraak van de Hoge Raad dit jaar die juist gaat over wat in deze periode centraal staat: het belang van het kind en het recht op contact met beide ouders – ook wanneer de onderlinge verhoudingen moeizaam zijn (ECLI:NL:PHR:2025:276).
In deze zaak, die ik vandaag met u bespreek, hadden partijen in het verleden een relatie met elkaar waaruit een kind is voortgekomen. De vader heeft het kind erkend, maar het gezag ligt uitsluitend bij de moeder. Terwijl de vader zijn leven voortzet onder de Californische zon in de Verenigde Staten, woont de moeder met het kind in Nederland.
De Nederlandse rechtbank moest zich eerst buigen over de vraag hoe vader en kind elkaar zouden blijven zien, ondanks een oceaan ertussen. Dat resulteerde uiteindelijk in een omgangsregeling met een duidelijke opbouw: eerst contact op Nederlandse bodem, daarna ontmoetingen elders in Europa, en – als sluitstuk – vanaf de zomer van 2022 omgang in de Verenigde Staten. Het werd dus een omgangsregeling die – in het belang van het kind – in etappes werd uitgevoerd.
Bij beschikking van het hof werd op een gegeven moment bepaald dat de minderjarige bij de eerste twee reizen naar de VS begeleid moest worden door de moeder of een andere vertrouwenspersoon én dat de kosten van de tickets en de begeleiding van de minderjarige gelijk tussen de ouders gedeeld moesten worden.
De moeder is in cassatie gekomen van de beschikking omdat zij het onder andere niet eens was met het oordeel van het hof dat de kosten van de tickets en de begeleiding van het kind voor de omgang in de Verenigde Staten bij helfte door partijen moesten worden gedeeld.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad zich over deze kwestie gebogen en overwogen dat het in het belang van het kind is dat de rechter, die een omgangsregeling vaststelt, óók een regeling kan treffen over geschilpunten met betrekking tot de uitvoering van die omgangsregeling. Het belang van het kind verlangt juist dat de rechter die een omgangs- of zorgregeling vaststelt, tevens de bevoegdheid heeft om in zijn beslissing alle aspecten te adresseren die nodig zijn om omgang tussen het kind en de omgangsgerechtigde mogelijk te maken, waaronder de reiskosten.
Het gaat hier niet om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind, zoals bij kinderalimentatie. De reiskosten worden berekend aan de hand van de afstand en de vervoerskosten, los van wat het kind verder nodig heeft.
Als uitgangspunt moet gelden dat het mogelijk maken van omgang tussen een kind en zijn ouders een gedeelde ouderlijke verantwoordelijkheid is, zodat de reiskosten gelijk tussen de ouders verdeeld kunnen worden. Bijzondere omstandigheden, zoals de draagkracht van de ouders of de keuze van een ouder om op grote afstand van de andere ouder te gaan wonen, kunnen aanleiding zijn hiervan af te wijken.
De Hoge Raad kwam in de onderhavige zaak tot de conclusie dat het hof terecht heeft beslist over de bijdrage van de ouders (50-50) in de kosten van vliegtickets en de begeleiding van hun kind voor de omgang in de VS.
Ik wil ouders met eenhoofdig gezag er – voor zover nodig natuurlijk – graag even aan herinneren dat een kind recht heeft op contact met beide ouders én met mensen die een belangrijke rol in zijn leven spelen. Voor de ouder zonder gezag geldt dat omgang met het kind niet alleen mag, maar ook moet.
Als ouders – of iemand die een belangrijke rol speelt in het leven van een kind – daarom vragen, kan de rechter dus een omgangsregeling vaststellen. Die regeling kan voor onbepaalde tijd gelden of tijdelijk zijn. In sommige gevallen kan het contact zelfs tijdelijk door de rechter worden stopgezet. Ook afspraken die ouders zelf over omgang hebben gemaakt, kunnen later nog worden aangepast, bijvoorbeeld als de situatie verandert of de omstandigheden daarom vragen.
Er bestaat geen vaste standaard voor een omgangsregeling; de rechter kijkt bij het vaststellen van een regeling altijd naar de situatie van het kind, waarbij het belang van het kind zwaar – zelfs doorslaggevend – meeweegt. Soms wordt in de beschikking alleen vastgelegd hoe vaak en hoe lang het kind bij de omgangsgerechtigde is, terwijl praktische zaken zoals ophalen, terugbrengen en de exacte tijden aan de ouders zelf worden overgelaten.
Als de rechter verwacht dat partijen hier niet uitkomen, worden de praktische modaliteiten zo veel mogelijk in de beschikking opgenomen. De rechter moet er in ieder geval voor zorgen dat een kind contact kan houden met zijn ouders. Daarom zal de rechter zich zo veel mogelijk inspannen om het recht op family life tussen ouders en kinderen te realiseren.
De uitspraak van de Hoge Raad is interessant omdat zij benadrukt dat de kosten van omgang mee moeten tellen bij het vaststellen van een omgangsregeling. Het gaat namelijk niet alleen om hoe vaak en hoe lang een kind bij de andere ouder is, maar ook om of het financieel haalbaar is.
Vooral als het kind voor omgang naar het buitenland reist, zoals bij gezinnen op Curaçao, Bonaire en Aruba soms het geval is, laat deze uitspraak zien dat de rechter ambtshalve of op verzoek rekening houdt met wie welke (vlieg)kosten betaalt, zodat het recht op omgang niet alleen op papier bestaat, maar in de praktijk uitvoerbaar blijft.
Vragen of ideeën over dit onderwerp? Schrijf ons gerust via info@true-lawyers.com, we luisteren én denken graag met u mee.
In deze zaak, die ik vandaag met u bespreek, hadden partijen in het verleden een relatie met elkaar waaruit een kind is voortgekomen. De vader heeft het kind erkend, maar het gezag ligt uitsluitend bij de moeder. Terwijl de vader zijn leven voortzet onder de Californische zon in de Verenigde Staten, woont de moeder met het kind in Nederland.
De Nederlandse rechtbank moest zich eerst buigen over de vraag hoe vader en kind elkaar zouden blijven zien, ondanks een oceaan ertussen. Dat resulteerde uiteindelijk in een omgangsregeling met een duidelijke opbouw: eerst contact op Nederlandse bodem, daarna ontmoetingen elders in Europa, en – als sluitstuk – vanaf de zomer van 2022 omgang in de Verenigde Staten. Het werd dus een omgangsregeling die – in het belang van het kind – in etappes werd uitgevoerd.
Bij beschikking van het hof werd op een gegeven moment bepaald dat de minderjarige bij de eerste twee reizen naar de VS begeleid moest worden door de moeder of een andere vertrouwenspersoon én dat de kosten van de tickets en de begeleiding van de minderjarige gelijk tussen de ouders gedeeld moesten worden.
De moeder is in cassatie gekomen van de beschikking omdat zij het onder andere niet eens was met het oordeel van het hof dat de kosten van de tickets en de begeleiding van het kind voor de omgang in de Verenigde Staten bij helfte door partijen moesten worden gedeeld.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad zich over deze kwestie gebogen en overwogen dat het in het belang van het kind is dat de rechter, die een omgangsregeling vaststelt, óók een regeling kan treffen over geschilpunten met betrekking tot de uitvoering van die omgangsregeling. Het belang van het kind verlangt juist dat de rechter die een omgangs- of zorgregeling vaststelt, tevens de bevoegdheid heeft om in zijn beslissing alle aspecten te adresseren die nodig zijn om omgang tussen het kind en de omgangsgerechtigde mogelijk te maken, waaronder de reiskosten.
Het gaat hier niet om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind, zoals bij kinderalimentatie. De reiskosten worden berekend aan de hand van de afstand en de vervoerskosten, los van wat het kind verder nodig heeft.
Als uitgangspunt moet gelden dat het mogelijk maken van omgang tussen een kind en zijn ouders een gedeelde ouderlijke verantwoordelijkheid is, zodat de reiskosten gelijk tussen de ouders verdeeld kunnen worden. Bijzondere omstandigheden, zoals de draagkracht van de ouders of de keuze van een ouder om op grote afstand van de andere ouder te gaan wonen, kunnen aanleiding zijn hiervan af te wijken.
De Hoge Raad kwam in de onderhavige zaak tot de conclusie dat het hof terecht heeft beslist over de bijdrage van de ouders (50-50) in de kosten van vliegtickets en de begeleiding van hun kind voor de omgang in de VS.
Ik wil ouders met eenhoofdig gezag er – voor zover nodig natuurlijk – graag even aan herinneren dat een kind recht heeft op contact met beide ouders én met mensen die een belangrijke rol in zijn leven spelen. Voor de ouder zonder gezag geldt dat omgang met het kind niet alleen mag, maar ook moet.
Als ouders – of iemand die een belangrijke rol speelt in het leven van een kind – daarom vragen, kan de rechter dus een omgangsregeling vaststellen. Die regeling kan voor onbepaalde tijd gelden of tijdelijk zijn. In sommige gevallen kan het contact zelfs tijdelijk door de rechter worden stopgezet. Ook afspraken die ouders zelf over omgang hebben gemaakt, kunnen later nog worden aangepast, bijvoorbeeld als de situatie verandert of de omstandigheden daarom vragen.
Er bestaat geen vaste standaard voor een omgangsregeling; de rechter kijkt bij het vaststellen van een regeling altijd naar de situatie van het kind, waarbij het belang van het kind zwaar – zelfs doorslaggevend – meeweegt. Soms wordt in de beschikking alleen vastgelegd hoe vaak en hoe lang het kind bij de omgangsgerechtigde is, terwijl praktische zaken zoals ophalen, terugbrengen en de exacte tijden aan de ouders zelf worden overgelaten.
Als de rechter verwacht dat partijen hier niet uitkomen, worden de praktische modaliteiten zo veel mogelijk in de beschikking opgenomen. De rechter moet er in ieder geval voor zorgen dat een kind contact kan houden met zijn ouders. Daarom zal de rechter zich zo veel mogelijk inspannen om het recht op family life tussen ouders en kinderen te realiseren.
De uitspraak van de Hoge Raad is interessant omdat zij benadrukt dat de kosten van omgang mee moeten tellen bij het vaststellen van een omgangsregeling. Het gaat namelijk niet alleen om hoe vaak en hoe lang een kind bij de andere ouder is, maar ook om of het financieel haalbaar is.
Vooral als het kind voor omgang naar het buitenland reist, zoals bij gezinnen op Curaçao, Bonaire en Aruba soms het geval is, laat deze uitspraak zien dat de rechter ambtshalve of op verzoek rekening houdt met wie welke (vlieg)kosten betaalt, zodat het recht op omgang niet alleen op papier bestaat, maar in de praktijk uitvoerbaar blijft.
Vragen of ideeën over dit onderwerp? Schrijf ons gerust via info@true-lawyers.com, we luisteren én denken graag met u mee.

